de Moslimkrant

Actief pluralisme als grondslag van een Europese Islam

Op zondag 11 januari 2015 trok ik met een delegatie van CD&V-ministers, parlementsleden en jongeren naar Parijs. Samen met naar schatting 1,5 miljoen mensen stapten we mee in een mars om onze steun te betuigen aan de slachtoffers van de terreuraanslagen. Maar ook, en dat zal in de toekomst hopelijk gezien worden als hét signaal, om op te komen voor onze fundamentele vrijheden en de waarden die aan de basis liggen van onze democratie.

‘Je suis Charlie’ werd de slogan van degenen die strijden om persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, maar het werd ook een roep om eenheid en verdraagzaamheid.

De verhouding tussen overheid en godsdienst wordt voor ons gestuurd door twee principes: de vrijheid van godsdienst en de scheiding van Kerk en Staat. Uit onze geschiedenis en traditie zijn immers deze godsdienstvrijheid en scheiding van kerk en staat zelf voortgevloeid.

Dat wil wel zeggen dat men alleen deze godsdienstvrijheid kan opeisen als men de plicht aanvaardt deze vrijheid te verdedigen voor anderen waarmee men het fundamenteel oneens kan zijn. Dat men aanvaardt dat er kritiek op de eigen godsdienst of levensbeschouwing kan zijn. Andere godsdiensten zijn dus welkom wanneer men zich op deze lijn wil plaatsen. Dat men zich religieus wil manifesteren, moet natuurlijk ook gebeuren binnen de grenzen van de rechtsstaat en met respect voor de rechten en vrijheden die in onze samenleving gelden.

Elke religie is geworteld in een eigen culturele traditie. Toch geloof ik dat er ook gemeenschappelijke factoren zijn. Waarden als eerbied en respect, barmhartigheid en verantwoordelijkheid, solidariteit en gemeenschapsgevoel staan hierin centraal. Ik geloof dat christenen, joden en moslims precies vanuit hun levensbeschouwing kunnen streven naar dat gemeenschapsgevoel, naar een inclusieve samenleving.

Laat me nu even de koppeling maken tussen mijn inleiding, namelijk de aanslagen die de waarden van onze samenleving onder druk zetten, en de maatschappelijke instituties die deze waarden zelf mee vorm geven. Niet door mensen – in casu moslims – alleen aan te spreken als staatsburger. Dit is namelijk een achterhaald concept en bleek bovendien een weinig succesvolle strategie. Wel door hen aan te spreken op hun veelgelaagde identiteit.

Sinds 1974 is de islam een erkende godsdienst in België. Wij kennen de idee van erkenning van godsdiensten. Naast de islam zijn de katholieke, orthodoxe, anglicaanse, protestantse en joodse godsdienst alsook de vrijzinnigheid erkend als levensbeschouwing.

In onze multiculturele samenleving is de aanwezigheid van de islam een feit. Maar de islam kan alleen een duurzame gedragenheid kennen wanneer de islam zelf aantoont dat ze bereid is zich in te bedden in onze fundamentele waarden en deze ondubbelzinnig te onderschrijven. Deze waarden zijn duidelijk: het gaat over de fundamentele rechten van de mens, het afzweren van geweld, verdraagzaamheid, de scheiding tussen kerk en staat, het aanvaarden van de trias politica en dus ook een autonoom rechtsstelsel. We hebben met andere woorden nood aan een Europese islam die zich ook uitdrukkelijk zo manifesteert.

Hier staat de islam dus voor een grote uitdaging. Zo is de sharia niet verenigbaar met onze fundamentele democratische uitgangspunten. De discriminatie ten aanzien van de vrouw, het verbod op homoseksualiteit en het bestraffen ervan, kan een islam die zich in onze landen wil manifesteren, niet goedkeuren. Daartegen zeggen wij radicaal nee en zou men binnen de moslimgemeenschap zelf uitdrukkelijk neen moeten zeggen.

We zien dat een deel van de moslims zich hier reeds tegen af zet. En ik geloof dat er nog vooruitgang mogelijk is. Men mag zich niet vastklampen aan tradities die strijdig zijn met democratische vrijheden waarop men zich in onze samenleving zelf beroept. Diversiteit kan immers alleen maar mogelijk zijn wanneer iedereen de waarden en normen aanvaardt die deze diversiteit mogelijk maken.

Shariapraktijken die in tegenspraak zijn met ons erfrecht, het strafrecht of straffen ten aanzien van ongelovigen, zijn niet tolereerbaar. Maar de godsdienstvrijheid is natuurlijk ook een individueel gegeven. Het betekent dat elke mens afzonderlijk moet kunnen beslissen of hij wil geloven, wat hij wil geloven en hoe hij zijn persoonlijk leven hiermee wil inrichten. De overheid moet deze vrije keuze en grondrechten van burgers beschermen en optreden wanneer ze in het gedrang komen.

Ons land en onze waarden bieden de vrijheden om te geloven wat men wil en te zijn wie men wil. Daar staat tegenover dat men in eerste instantie dan ook burger is in onze samenleving en men alleen beroep kan doen op deze waarden als ze actief mee worden onderschreven.

Diversiteit kan alleen maar mogelijk zijn wanneer iedereen de waarden en normen aanvaardt die deze diversiteit mogelijk maken. Wie in onze samenleving wil wonen, moet aanspraak kunnen maken op een aantal rechten, maar heeft ook de verantwoordelijkheid om normen na te leven en onze waarden te delen.

Maar het volstaat niet om respect te hebben voor onze rechtstaat en democratische vrijheden. Deze moeten actief worden ondersteund. Dat één en ander op gespannen voet met elkaar leeft, hebben we de voorbije jaren ondervonden.

Maar er is meer. Vraag is of alles wat gezegd mag worden ook gezegd moet worden? Kunnen er geen fatsoensnormen worden gehanteerd die maken dat we respectvol met elkaar omgaan?

Een betrokken samenleving kan alleen maar wanneer men elkaar, elk in zijn eigenheid, verstaat. Letterlijk. Wanneer men dezelfde taal spreekt. De kennis van de taal is van essentieel belang. In Paul Scheffers bekende boek Het land van aankomst getuigt de in Nederland woonachtige Marokkaanse gastarbeider Bel’aid: “Wanneer je een taal niet spreekt en in een vreemd land woont, is het alsof je doofstom en blind tegelijk bent”. Scheffer stelt daarin vast dat wie de taal niet spreekt, zijn sociale contacten beperkt ziet tot zijn onmiddellijke omgeving en een job wel mag vergeten. In Vlaanderen is dat niet anders. Een goede taalkennis en een minimum aan culturele samenhang is met andere woorden ook van belang voor een minimale economische samenhang.

Ik heb het vandaag vooral gehad over verschillen tussen religies en gemeenschappen. Toch zie ik naast de grote verschillen die er zijn ook veel overeenkomsten tussen de verschillende geloofsgemeenschappen en bevolkingsgroepen. En die overeenkomsten gaan veel dieper dan wat er ons verdeelt. Wij willen allemaal dat onze kinderen alle kansen krijgen. Dat ze opgroeien in een veilige omgeving en naar een goede school kunnen gaan. Wij willen onszelf kunnen zijn en daarbij mogen rekenen op respect van de ander.

Respect voor levensbeschouwingen speelt daarbij een belangrijke rol. Het christendom, het jodendom en de islam hebben solidariteit verankerd in hun geloofsleer. Mensen moeten hun religie kunnen uiten, want velen vinden hierin de basis van hun engagement. Godsdienst en godsdienstbeleving verdienen een plaats in de publieke ruimte. Levensbeschouwingen moeten meegenomen worden in de manier waarop wij onze samenleving inrichten. Maar wij vragen wel dat dit gebeurt binnen de grenzen van de rechtsstaat. Met respect voor de rechten en vrijheden die in onze samenleving gelden. Actief pluralisme vereist wederkerigheid.

De moslims zijn hier, en ze gaan niet meer weg. Ze maken deel uit van onze identiteit. Ze willen zich hier thuis voelen, en wij willen dat ook. Toch zit er ergens een kink in de kabel, want de realiteit ziet er helemaal anders uit.

De grote vraag is dus: hoe gaan wij ervoor zorgen dat onze landen zich verheffen van een verblijfplaats tot een echte thuis? Een thuis waarin mensen verschillend zijn maar elkaar ten volle respecteren, en waar de waarden en normen waar wij zo lang voor gestreden hebben, bewaard blijven?

Het verlangen naar sociale banden is een van de meest krachtige drijfveren van de mens. Tijdens het wereldkampioenschap voetbal waren de Belgische Rode Duivels de helden van het land. En nu voor het Europees kampioenschap leeft iedereen opnieuw mee. Onlangs wonnen ze met 5-0 tegen Cyprus. De ochtend erop vroeg mijn dochter wie gewonnen had. De Belgen uiteraard. En dan vroeg ze: wie heeft er de doelpunten gemaakt? En ik antwoorddde: Fellaini twee keer, Benteke, Hazard en Batshuayi. En toen reageerde ze: en je zegt me dat de Belgen gescoord hebben?!

 

Dit is een verkorte versie van de tekst van de dertiende Norbert Schmelzerlezing. Uitgesprokken door de voorzitter van de Vlaamse Christendemocraten CD&V Wouter Beke in Den Haag.

De Norbert Schmelzerlezing is een jaarlijks eerbetoon aan de in 2008 overleden KVP-politicus.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.