de Moslimkrant

Excessennota moet uit de doofpot

Voor de derde keer op rij heeft de Nederlandse rechtbank Indonesische familieleden van mannen in het gelijk gesteld, die door Nederlandse soldaten standrechtelijk werden geexecuteerd tijdens de zogeheten Politionele Acties tussen 1946 en 1949. Eerder hadden weduwen uit Rawagede en uit Zuid-Sulawesi genoegdoening geëist en zij kregen schadevergoeding toegewezen. Nu hebben ook de kinderen van Indonesische vaders, die soms voor hun ogen werden vermoord, volgens de rechtbank recht op compensatie vanwege het leed dat hun is aangedaan.

Het is een erg belangrijk vonnis, niet alleen omdat de groep van nabestaanden die recht heeft op een schadevergoeding is uitgebreid, maar vooral om de symbolische betekenis ervan. De rechter stelt allereerst onmiskenbaar vast dat ons land verantwoordelijk moet worden gehouden voor oorlogsmisdaden gepleegd tijdens een koloniale oorlog, die geïnitieerd werd door Nederland. In de tweede plaats laat het vonnis zien dat de afhandeling door ons land van deze daden, op zijn zachtst gezegd onzorgvuldig is gebeurd. Het onderzoek naar de oorlogsmisdaden, die eufemistisch ‘Excessen’ kwamen te heten, wordt sinds 1971 doodgezwegen. Heel gemakkelijk vond het Nederlandse parlement dat de daden verjaard waren en de daders zouden daarom nooit kunnen worden vervolgd.

Het leek allemaal te werken. Totdat bovengenoemde rechtszaken werden gewonnen. En totdat sommigen van de daders, de veteranen, aan het einde van hun leven gekomen, last van hun geweten kregen, en keer op keer in de media hun schulden bekenden. Standrechtelijke executies, martelingen, verkrachtingen, het platbranden van dorpen, bombardementen op burgers. Sinds enkele jaren kunnen we het allemaal in de krant lezen. De politiek zweeg harder dan tevoren. Uit gesprekken met sommige politici, waarin het Comité Nederlandse Ereschulden erkenning vroeg van het Nederlandse aandeel in die wandaden, bleek dat zij niet willen handelen. Ze verschuilen zich achter het gros van de veteranen: de meerderheid wil nog steeds niets weten van eigen fouten. Maar zij hebben geen oog voor de Indonesische slachtoffers. De meeste politieke partijen hebben simpelweg geen zin zich te branden aan dit dossier.

De rechter drukt Nederland nu voor de derde keer met de neus op de feiten: in Rawagede en op Zuid-Sulawesi, hebben grove schendingen van mensenrechten plaatsgevonden waar Nederland voor verantwoordelijk is. Maar Nederland ontloopt bewust de verantwoordelijkheid en verdoezelt de feiten. Het is tekenend dat de rechter een onafhankelijke deskundige naar Indonesië stuurt die de verdediging van de Nederlandse Staat in dit proces van de kinderen van Zuid-Sulawesi gaat onderzoeken. Er is blijkbaar genoeg reden om te twijfelen aan de ingebrachte ‘feiten’.

In de drie rechtszaken wordt het steeds pijnlijker om te zien hoe de Staat zich in allerlei bochten wringt om onder die verantwoordelijkheid uit te komen. Op 1 april moet de Staat antwoorden op de dagvaarding over twee nieuwe schokkende zaken van marteling en groepsverkrachting. De getuigen zijn stokoud, maar de Staat heeft niet gereageerd op verzoeken van snelle behandelingen. Ook hierin toont Nederland zich laf, kleinzielig en dat het een kruideniersmentaliteit heeft. Wat als er ineens veel meer schadevergoedingen worden geeeist? Dat zou kunnen leiden tot het uitkeren van grote geldbedragen. En daartoe is ons land blijkbaar niet bereid.

Maar door weg te blijven kijken loopt Nederland het risico voortdurend door de rechtbank te worden veroordeeld. Deze ontwikkeling kan ook gevolgen hebben voor de reputatie van Nederland internationaal: ons land maakt zich overal sterk voor het handhaven van internationaal recht en de garantie van mensenrechten. Behalve waar het zichzelf betreft. Dat tast de Nederlandse geloofwaardigheid aan.

Toen eind vorig jaar er onthullingen kwamen over Amerikaanse mensenrechtenschendingen in Irak (stelselmatige martelingen), was het president Obama die door het stof ging en bezwoer dat dit nooit meer mocht gebeuren. Nederland is nooit zover gekomen betreft haar eigen oorlog en beleid. Onze Excessennota verdween en de verjaringstermijn dekte vervolging volledig af. De doofpot is compleet.

Het Comité Nederlandse Ereschulden heeft op basis van die Excessennota de getuigen van die oorlogsmisdaden gevonden en zal nieuwe zaken in de zomer gaan onderzoeken. Wij vinden dat die hele Excessennota uit de doofpot en voor het voetlicht moet. Het alternatief is dat de Nederlandse Staat bij elke nieuwe zaak veroordeeld wordt, achter de feiten aan blijft lopen en internationaal een slechte naam krijgt.

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant, 13 maart 2015. Samen met Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comite Nederlandse Ereschulden die de nabestaanden bijstaat.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.