de Moslimkrant

Heimwee ontkennen troost niet

Een lieve vriendin stuurde me een vacature van een stichting die ‘veldwerkers’ zoekt om verhalen van vluchtelingen in grote steden te verzamelen, wetende dat deze melancholisch aangelegde zzp’er weinig raad weet met de nieuwe zakelijkheid van Nederland. Die veldwerkers moeten juist geen vluchtelingen zijn, want ik barst al van verhalen. Stuur de tweede generatie het veld maar in. Met andermans verhalen vatten zij de innerlijke verscheurdheid van hun ouders, openen ze de samenleving eindelijk de ogen en laten ze zien welke rijke vlechtingen die generatie in de historische en geografische horizon van Nederland binnen hebben gesmokkeld.

Stoere praatjes
Hier licht ik de sluier op van mijn eigen levensverhaal, en dan vooral wat een langverwachte weerzien met mijn land van herkomst met mij deed: na zestien jaar weg te zijn geweest, keerde ik in 2002 terug. Met de liberaalgezinde president Khatamie aan het roer had het land de deuren opengezet voor haar ballingen. Velen zijn mij voorgegaan en toen was ik ook zover. Al waren de stoere praatjes van de revolutie er nog, Iran was veranderd. In het hart van de samenleving was de storm van islamitisch fanatisme gaan liggen. Er was ook cynisme en sommigen waren gedesillusioneerd, maar ik trof vooral realisme en progressief denken over de rechten van de mens en het belang van democratische waarden.

Na dat eerste bezoek keerde ik regelmatig terug, onder andere om te schrijven voor NRC Handelsblad en voor een boek. Toch was Iran niet zomaar een studieobject, het ging om meer. Het vuur van verlangen naar het thuisland werd in mij aangewakkerd. In Teheran, de stad van mijn jeugd, kreeg ik de melancholie van Perzische dichters te pakken. Ineens paste ik niet meer in de no-nonsense ritme en de leestekens van de Nederlandse taal. Toen ik uit Iran vluchtte had ik mij voorgenomen om helemaal te kiezen voor Nederland, een voorbeeldmigrant te zijn, keurig aangepast als een vis in de wateren der Lage Landen. ‘Ik ben hier thuis’ werd mijn dagelijkse mantra. Een strenge opdracht die ik mijzelf had gegeven: de heimwee te ontkennen. 

Mank in twee talen
Ik had het gemis willen ontvluchten en willen toedekken door te settelen, succesvol te worden en op te gaan in de Hollandse way of life. Onder Iraniërs hebben sommigen zich zelfs van Hamid tot Henk omgedoopt, zich helemaal omgebouwd tot inheemse Nederlander, niet alleen in naam of eet- en drink gewoontes: de meest extreme vorm van Hollandse directheid, iets wat in Iran voor onbeschoft zou doorgaan, werd hun levensmoto. Ze deden zelfs moeite om gebrekkig Perzisch te spreken en liefst maar tevergeefs bekakt Nederlands te articuleren, met als rampzalige gevolg dat ze mank werden in twee talen.

Zover ging mijn obsessie met assimilatie niet. Ik had wel een hypotheek op een keurige rijtjeshuis, een succesvolle carrière, een Hollandse metgezel, you name it.

Terugkeer naar Iran opende de deur naar het ondergrondse in mijn ziel, daar waar heimwee achter het glorieuze leven zich had verscholen. Ik miste de chaos, de tragiek en tegelijk de vitaliteit van het Oosten. Hoe snel ik ook de rust, reinheid en regelmaat in de protestantse ethiek me had eigengemaakt, ik verlangde naar het oude en kronkelige pad naar Perzië. Zo begon het einde van de ontkenning van mijn roots, Godzijdank.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.