Een Marokkaans recept voor de Molenbeek-affaire

|

Op 16 mei 2003 vonden aanslagen plaats in Casablanca te Marokko, verspreid over verschillende doelwitten: de luxe residentie Al-Riyad, hotel Farah, de Joodse begraafplaats en een Italiaanse restaurant op enkele meters van de Belgische ambassade.

31 mensen kwamen om het leven onder wie twee politieagenten en acht Europese toeristen.

Twaalf van de aanslagplegers sneuvelden en twee van hen werd kort daarvoor gearresteerd. Ze waren tussen 20 en 24 jaar en behoorden tot het armste district Sidi Moumen, aan de rand van de economische hoofdstad.

Sidi Moumen bestond toen uit meer dan 300 duizend mensen. Velen zijn geïmmigreerd vanuit het naburige platteland, op zoek naar een menswaardig bestaan in de stad. Maar de meesten kunnen hun dromen niet bereiken in een wereld van armoede, corruptie en onderdrukking. De werkloosheid stijgt bij alle inwonerscategorieën en dakloosheid is overal.

Het resultaat is twintig sloppenwijken op een oppervlakte van 90 hectare zonder de minste basisvoorzieningen (welzijn, onderwijs, speelplaatsen) en infrastructuren (elektriciteit, riolering, drinkwater). Ook behoren jongeren tot de stijgende werkloosheidscijfers. Deze miserabele toestand brengt o.a. diefstal, drugsgebruik, prostitutie en extremisme met zich mee.

De aanslagen in Casablanca zijn daarom vergelijkbaar met Parijs en met wat zich nu in Molenbeek afspeelt. Het brein achter de Parijse tragedie is er geboren en getogen. Hier waren ook operaties in het volledige geheim voorbereid. Molenbeek in Brussel is een soort Sidi Moumen in Casablanca.

De officiële statistieken van de Belgische Federale Overheid zeggen veel over de verslechterende toestand van Molenbeek waar de meerderheid van de inwoners van buitenlandse afkomst is. Achtentwintig procent daarvan heeft geen Belgische nationaliteit en drieeenveertig procent werd niet in België geboren. Meer dan een kwart van de Molenbeekse bevolking is werkloos. Het jaarinkomen bedraagt minder dan 10.000 euro per inwoner, terwijl het gemiddelde inkomen per hoofd in België meer dan 16.000 euro is. (Statistics Belgium, in: Statbel.fgov.be).

Zowel in Sidi Moumen als in Molenbeek spelen de verslechterende socio-economische omstandigheden een rol. Daar is sprake van echte armoede volgens de criteria van elk land. Na meer dan één decennium van aanvallen op Casablanca heeft de Marokkaanse overheid succes geboekt in haar strijd tegen het extremisme op allerlei niveaus (veiligheid, religieuze en sociale sensibilisering, economische ontwikkeling, enz.). Een aantal jihadleiders, imams en geradicaliseerde jongeren hebben berouw getoond.

Nu Koning Philip persoonlijk hulp heeft gevraagd aan Koning Mohammed VI in de strijd tegen het terrorisme. Is de vraag op haar plaats. In hoeverre is België bereid om zich te laten inspireren door het Marokkaanse model om het extremisme aan te pakken?

Als de huidige premier Charles Michel verklaart dat Molenbeek een gigantisch probleem is, betekent dit dat het misging, niet pas na de aanval op Parijs, maar sinds lang geleden. Waar is de Belgische overheid tijdens deze lange periode gebleven? Wie is verantwoordelijk voor deze ellende, achterlijkheid en nu het extremisme? Waarom is de aanpak van de problematieken van de Brusselse Molenbeek tot vandaag uitgesteld? Toch zal Molenbeek nog steeds een uitdaging vormen voor onze samenleving nu het accent meer gelegd wordt op preventieve en repressieve behandeling zoals de premier voorstelt.

Wat Molenbeek betreft, moeten wij ons niet beperken tot het discussiëren over het fenomeen extremisme/terrorisme. Zo besteden wij aandacht aan de gevolgen en niet aan de oorzaken, aan de effecten en niet aan de wortels. De problematiek is veel groter.

Socio-economisch is Molenbeek een van de armste wijken van België. Daar lijdt het merendeel aan armoede. Educatief gezien ontbreekt het islamitische onderwijs aan bekwaamheid, professionaliteit en een moderne benadering, zowel in de moskeeën als in het officiële onderwijs. Ook zijn de moslimconsulenten niet in staat zich in te leven in de belevingswereld van gedetineerden om hun problematieken nauwgezet te temmen.

Theologisch gezien voldoen de meeste islamitische instellingen niet aan de behoeften van moslimjongeren die ten prooi vallen aan internet en radicale imams. De gewone imams zijn niet competent om zich te weren tegen de transcontinentale en fatale fatwa’s. Ze spreken de taal van de moslimjongeren niet. Niet enkel verbaal, maar de taal die in hun wereld leeft waarmee je moeilijkheden en dilemma’s kunt leren begrijpen.

We moeten onze ogen niet sluiten voor sommige media die de Molenbeek-affaire hebben opgeblazen en overdreven. Molenbeek lijkt volgens de nationale en internationale publieke opinie een enorme epidemie, die het hele Westen overvalt. Dat laat helaas het gevoel van angst voor de islam in onze maatschappij escaleren.

Een holistische benadering is hier noodzakelijk om bij te dragen aan het bevorderen van Molenbeek op allerlei vlakken: onderwijs, werkgelegenheid, welzijn en sociale participatie. Niet dat de veiligheidsaanpak onnuttig en onnodig is. Alle aanpak (preventief, proactief, correctief, curatief, etc.) moet gehanteerd worden om ons te verweren tegen het extremisme.

Preventieve en proactieve aanpakken garanderen voortdurend de veiligheid, terwijl we volgens de curatieve behandeling ijveren voor verdieping in de wortels van het extremisme onder moslimjongeren. Zo’n diagnose zou de grondslag kunnen vormen voor een globale benadering, zowel voor de huidige als de komende moslimgeneraties, niet enkel in Molenbeek, maar in heel België en Europa.

Kortom, er moet gepleit worden voor een structurele verandering binnen de moslimgemeenschap. Iedereen is uitgenodigd om vanuit zijn perspectief bij te dragen aan het bevorderen van de islam in het kader van het actief pluralisme en de Belgische wetgeving. Op deze manier kunnen wij op de middellange en de lange termijn een tolerante moslimgeneratie voorbereiden die bewust moet worden van onze wortels in Europa.

© 2013 - de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.