Wat met dialoog wordt bedoeld

|

Ruim tien jaar geleden deed ik mee aan een workshop over de Dag van de Dialoog. De gemeente Amsterdam beoogde hiermee mensen dichter bij elkaar te brengen in een inspirerend en betekenisvol gesprek: “Door in kleine groepen aan dialoogtafels ervaringen, ideeën en dromen uit te wisselen, ontstaat er ruimte voor nieuwe inzichten en het benoemen van persoonlijke actie.

De uiteenlopende achtergronden van de deelnemers draagt bij aan het vergroten van kennis over elkaar en vormt de basis voor prettig samen leven, wonen en werken.”

Na 21 december 2004 werden circa 120 dialoogtafels georganiseerd in alle stadsdelen van de stad Amsterdam door uiteenlopende organisaties. Ikzelf hield toen een dialoogtafel in Amsterdam Oost. Acht Amsterdammers van diverse afkomst, levensbeschouwingen, geslacht en sociale klassen waren bijeengekomen om zaken te bespreken zoals het Amsterdams-zijn, het samenleven met verschillende culturen, de verwachtingen van medeburgers en de eigen bijdrage aan het onderlinge samenleven. Sindsdien worden overal verschillende dialooginitiatieven genomen over het hele land.

Ruim tien jaar later deed ik onlangs mee aan de workshop Democratische Dialoog in Gent. Deze was georganiseerd door de Hogeschool Erasmus en betrof het geven van/en omgaan met gevoelige thema’s binnen het secundaire onderwijs.

Terwijl de Dag van de Dialoog vooral gewijd was aan mensen uit diverse sociale achtergronden, richt de Democratische Dialoog zich op een specifieke categorie: leraren van levensbeschouwelijke vakken binnen het secundaire onderwijs. Beide workshops zijn leerrijk en wetenswaardig, maar toch ontbreekt diepgaande filosofisch en hermeneutisch besef. In deze initiatieven wordt de dialoog als een mechanisch proces geïntroduceerd waarin mensen met elkaar communiceren.

Maar dialoog is meer dan communicatie. Alle schepsels kunnen weliswaar, op de een of andere manier, met elkaar communiceren, maar de mens kan van communicatief naar dialogisch niveau overgaan. Communicatie is aangeboren, de dialoog is aangeleerd en verworven binnen een bepaalde cultuur en intellectuele gesteldheden. Zelfs de Griekse wortels van het woord (dia/loog: di/logos) benadrukken deze interpretatie.

De dialoog is dus geen gewoon gesprek (met woorden) tussen mensen, maar een soort communicatie op hoog niveau. Daar praten mensen met elkaar niet enkel door middel van taal, maar met logos. De mens is hier zeer bewust van zijn behoefte aan de dialoog met andere medemensen over diverse zaken. Bewustwording betekent in dit opzicht het overgaan van natuur naar cultuur, van het aangeboren naar het aangeleerd, en van emotionaliteit naar rationaliteit. Ook wanneer een mens meevoelt of inleeft in de ander, doet hij dat rationeel.

Etymologisch wordt de term ‘dialoog’ geassocieerd met de logos, datgene wat de mensen onderscheidt van de dieren, volgens Aristoteles. Dat wil zeggen dat de dialoog een bijzondere vorm van communicatie is, dat bovenal met mensen te maken heeft. Maar sommige mensen wijken soms daar van af in asociale en onmenselijke gedragingen. Als gevolg daarvan verandert de dialoog in conflicten en in onenigheden. Communicatie wordt dan zinloos en nutteloos.

Indien wij bewust worden van de cruciale rol van de rede in iedere dialogische actie, dan hanteren we hem als norm, zowel in onze onderlinge verhoudingen als in het omgaan met de anderen. Anders gezegd: de redelijkheid is niet in tegenspraak met de gevoeligheid, maar beide elementen gaan hier gepaard.

Dialoog is dus het voornaamste communicatiemechanisme dat de mens hanteert in al zijn levensmomenten. Ook wanneer men zich afzondert van de wereld, probeert men met zijn binnenste te communiceren. Deze monoloog is van zeer groot belang, vooral bij het individu. Daar waar de monoloog gericht is op het eigen Zelve, wordt de dialoog door verschillende Zelve’ uitgeoefend. Het is een communicatieproces van microniveau (individualiteit) naar macroniveau (collectiviteit). Dit proces is onmisbaar om de dialoog te bevorderen, omdat men dankzij de monoloog voldoet aan een aantal geestelijke behoeften; men bereidt zich voor op het communiceren op breder vlak. Ik heb daarover geschreven in het boek ‘Moslims in het Westen.’

Kortom, er wordt in onze projecten en workshops een accent gelegd op de dialoog als effectieve methode en het fundament voor een verdraagzame samenleving. Daarentegen wordt vrijwel geen aandacht aan de monoloog geschonken die het individu te cultiveert en voorbereidt op de dialoog met de anderen. Indien het aan innerlijke vrede en geestelijke bereidheid ontbreekt, raakt een persoonlijkheid of identiteit uit evenwicht. Zo is men niet in staat om een succesvolle dialoog aan te gaan.

Het valt me ook op dat de term dialoog dikwijls wordt verbonden met een adjectief of bijvoeglijk naamwoord zoals pluralistisch, democratisch, empathisch, sociaal, waarmmee een bepaald aspect van zo’n dialoog wordt onderstreept. Bekijken we het woord dialoog aandachtig, dan blijken al die adjectieven en bijvoeglijke naamwoorden de kerneigenschappen van de dialoog te vormen.

Iedere dialoog is pluralistisch, democratisch, empathisch en sociaal van aard. Ontbreekt één van deze hoofdkenmerken aan de dialoog, dan vervalt deze en wordt het vervangen door conflict en twist.

© 2013 - de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.