Thuiskomen in Rabat

|

Foto: Thijs Kolster

Ik wandel door parken, dwaal door straten van steden en slenter over begraafplaatsen, terwijl boven mij grijze luchten domineren en op enig moment licht openbreken waardoor een ondergaande zon haar kans grijpt paarse, oranje, lichtrode en diep donkerblauwe kleuren aan de hemel te schilderen.

Een lichte sensatie van de zacht knisperende grond onder mijn voeten die de herkenning van een flinterdunne ijslaag waarover je makkelijk kunt lopen zonder uit te glijden, moeiteloos uit mijn geheugen opdelft. Het is de typische waterkou die zorgt voor een wasem in de ochtend en die de kou in je vingers laat kruipen.

Een nevel van gehaastheid hangt in de prille ochtend over de stad wanneer de kantoorpilaren van de Zuidas hun licht over de wereld laten schijnen terwijl mensen lopend, fietsend, wandelend, treinend, ‘bussend’ en rijdend hun flexplekken opzoeken in de orde van de dag.

Tijdens mijn tijdelijk zwervende bestaan over Neerlands snelwegen vergezellen linten van rode en witte lichten mij. Ze verplaatsen zich in de gepaste snelheden van een massa, die stilzwijgend en collectief de regels accepteren. Een georganiseerde drukte.

Ik ruik de openheid en proef de vrijheid in de bonte verzameling van cafe’s en restaurants, die zich in bijzondere concepten aan je opdringen. Jonge kinderen, op hun fiets als strijdros, laven zich aan het ontdekken van hun vrijheid op weg naar school.

Ik word omringd door vertrouwde klanken. Moeiteloos luister ik naar gesprekken aan andere tafeltjes, of als ik slenter achter een verliefd stel. Spreken komt als muziek, mijn woorden vloeien vanuit de diepste vezels in mijn lijf, ze strelen mijn lippen omdat het ritme nooit stokt. Nergens de noodzaak om een andere toonsoort te zoeken of de geluiden te vinden die ik niet kan vertalen.

Voor even terug in Nederland. Ik dompel mij onder in familie- en vriendenbezoek, dwalend door Nederland zonder grootse verplichtingen. Friet speciaal en bitterballen. En het mooie is, ik geniet dubbel. Althans gaandeweg begin ik dat te ervaren.

Er was geen directe noodzaak om weg te gaan uit Marokko. Geen diep geworteld verlangen om even Nederland op te snuiven. Geen groot gemis. En al helemaal geen gevoel dat Marokko even te veel was. Want dat was in het verleden wel eens voorgekomen. Het was mijn vrouw die begreep dat dit het moment was. ‘Ga nou even naar Nederland in januari. Bezoek vrienden, familie, dwaal lekker rond.’ En zo landde ik op die uiterst stormachtige donderdag in Nederland met een open gevoel, zonder urgentie. Tien dagen die mij volledig lieten thuiskomen in Nederland, zoals ik nog niet eerder was thuisgekomen, de ontmoetingen met dierbaren als rode draad.

Nu zweef ik ergens boven Frankrijk op weg naar Marokko. Naar Rabat. Lekker thuiskomen. Natuurlijk naar mijn vrouw, onze kinderen, ons huis, ons thuis. Maar er is meer. Voor het eerst voelt alles sereen. Ben ik helemaal thuis in Nederland, kom ik echt thuis in Marokko. Worstel ik niet tussen twee werelden, maar zijn twee werelden in mij. Geen weemoed of verdriet, geen melancholisch terugverlangen. Er is slechts een sereen gevoel waarin ik thuis ben. Op mijn plek.

Zo zal straks iedere stap vanaf het vliegveld bij Casablanca als vertrouwd voelen. Voelt de chaos als een warme deken en is de omgeving de mijne. Is de zon mijn vertrouwde metgezel. Zal ik genieten van de rit naar huis zonder dat ik mij verbaas over wat mij omringt. Een Hollandse kaaskop komt thuis in Rabat.

Thijs Kolster woont met zijn gezin in Marokko en schrijft sinds 2015 een wekelijks blog onder de titel ‘Verhalen uit Marokko’. Vanaf april 2016 is hij vaste columnist voor De Moslimkrant. Thijs kijkt met zowel de blik van een buitenstaander en als ingezetene naar Marokko. Dat maakt zijn blik interessant. Op die manier laat hij ons op een luchtige manier kennis maken met Marokko.

© 2013 - de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.