de Moslimkrant

Niet hoeveel maar waarom

Vanaf mijn zestiende werkte ik na school een paar uur in de pizza. Op een avond vroeg een man ineens: ‘He, joh. Jij hebt toch een brommer?’ Zou jij vanavond rond elf kunnen helpen met een ´klusje´?

Zo begon het. Na vele klusjes werd ik gepakt. Drie jaar later ging de gevangenispoort achter me dicht en stond ik weer op straat. ‘En nu?’ vroegen mijn ouders, broertjes en zusjes zich af. Ik keek naar de grond. Ik wist het werkelijk niet.

Dit is het verhaal van een van die ‘Marokkaanse’ boeven die de gevangenis bevolken. Annas (gefingeerde naam) vecht als geen ander voor zijn toekomst. Contact met zijn vroegere wereld gaat hij uit de weg. Hij werkt samen met de politie om zijn verhaal aan jongere buurtgenoten te vertellen. Hij heeft inmiddels zijn eerste examens gehaald en betaalt zijn boetes af. Solliciteren is moeilijk zonder Verklaring omtrent Gedrag (VOG). Zonder dit briefje krijgt hij geen baan. ‘Twee dingen deugen niet aan mij. Ik ben een Marokkaan en ik heb ik een strafblad.”

Zoveel ellende
De verhalen over deze ontspoorde jongeren worden gretig bekeken. Steeds wordt daarbij de meest essentiële vraag over het hoofd gezien. Het gaat niet over hoeveel jongeren ontsporen. Belangrijker is: hoe het komt dát deze jongeren een weg op gaan die leidt tot zoveel ellende.

Talloze, inmiddels bekende, oorzaken zijn aan te wijzen. Zo zijn er verhalen over hoe de eerste generatie gastarbeiders ooit werden ontvangen. Behalve de werkhanden en de kromgebogen ruggen op de werkvloer werden die ouders beschouwd als mensen uit een achterlijke cultuur met verfoeibare religieuze ideeën. Zet ze met zijn achten op een kamertje, laat ze in de ochtend eruit om te werken en ´s avonds sluit je ze weer op. De jongeren kennen die verhalen van hun (groot)ouders.

Doorsnee
De doorsnee-burger kijkt op het journaal naar gruwelijke beelden van El Qaida, de Arabische Lente, Afghanistan, Irak, terrorisme en barbarisme. Het is immers één pot nat. Die beeldvorming zien ook deze jongeren. In een ontkerkelijkt Nederland kwam een nieuwe religieuze zuil, de islam. De seculiere en deels de kerkelijke samenleving weigert die te accepteren. De Ibrahims en Fátimas, met een hoofddoek of een ´religieuze´baard, komen vaak niet in aanmerking als ze solliciteren of een stageplaats zoeken.

Deze jongeren zijn kwetsbaar zoals iedere bevolkingsgroep kwetsbare kinderen kent. Het gaat daarbij ook om kinderen met een laag IQ, licht verstandelijke beperkingen, leer- en gedragsproblemen. De begeleiding en de zorg die deze kinderen nodig hebben, kunnen maar moeilijk worden geleverd door de reguliere zorginstellingen. De culturele en religieuze afstand tussen de doorsnee-hulpverlener en de leefwereld van het kind is bijna onoverbrugbaar en stagneert de begeleiding en ondersteuning. Zo blijft het kind verstoken van adequate hulp en voelt het zich afgewezen.

Gebrekkige kennis
Zo zijn er meer oorzaken aan te wijzen waardoor deze jongeren met de rug naar de samenleving staan. De gebeurtenissen rond de verkiezingsbijeenkomst van de PVV en alles wat er daarvoor werd geroepen over ‘Marokkaanse’ jongeren tonen hoe de samenleving grote steken heeft laten vallen: er werd alleen gekeken naar de aantallen ontspoorde jongeren, maar niet naar de oorzaak.

Politici worden nu rijkelijk laat wakker. Met gebrekkige kennis proberen zij beleid te maken over medeburgers die iedere keer weer opnieuw naar de rand van de samenleving worden gedrukt. De samenleving, inclusief de politiek, moet niet vergeten de hand in eigen boezem te steken. Door burgers in de hoek van de samenleving te drukken, veroorzaken ze zelf het probleem.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.