de Moslimkrant

Offerfeest met schapen, koffie en speculaas

Offerfeeststress in Rabat: denk aan de laatste dagen voor Kerst in Nederland, maar dan in het kwadraat. De omzet gedurende deze dagen in Marokko wordt geschat op 10 miljard dirham.

In de supermarkten is de chaos compleet. Hele gezinnen bevolken de extra brede gangpaden van de supermarchés met als gevolg dat alles vast komt te staan. Tijdens ons eerste jaar raakte ik er -onwetend als ik was- in verstrikt. Je kijkt je ogen uit: ruzie, frustratie, ongeduld en irritatie hangen als laaghangende bewolking boven de meute. Er hoeft maar iets te gebeuren en het kan lichtelijk ontploffen. En iedereen mag zich ertegenaan bemoeien want een goede ruzie in Marokko gaat zelden tussen de twee kemphanen alleen.

Als dat alles is getrotseerd, de winkelwagen gevuld voor een groots familiefeest, blijft er nog een niet onbelangrijke zorg over: waar koop ik voor een goede prijs een schaap? Dit jaar kost een schaap rond de 2300 dirham (220 euro). Dat is goedkoper dan de 2400 dirham die het vorig jaar kostte, aldus het ministerie van landbouw. Ditzelfde ministerie schat dat er 8,6 miljoen schapen beschikbaar zijn voor het feest, terwijl de vraag 5,35 miljoen bedraagt.

Mijn garagehouder noemt andere prijzen als hij mij afzet bij de airco-man die mijn wagen moet bekijken.

“Ja natuurlijk vieren wij het offerfeest hier in Rabat met de familie. We komen hier vandaan. Ik denk dat de prijs van een schaap tussen de 2600 en 3000 dirham ligt?”

De airco-man glimlacht, alsof hij instemt met de beurskoers van een schaap. Elders hoor ik bedragen vallen van 1900 en 2100 dirham. Er is op zijn minst ruimte voor onderhandeling.

Gedurende de dagen voorafgaand aan het Offerfeest, ook wel het Grote Feest genoemd, zie je de marktplaatsen voor schapen verrijzen. Er ligt er een aan de rand van onze buurt. Niet eens zo groot, maar zeer in trek. De handel komt op gang als ik er op woensdag langsrijd. Er staan kleine pick-ups met schapen langs de weg geparkeerd. Ze worden in kofferbakken gestopt voor het transport, dat is heel normaal. Levend welteverstaan. Een familie met negen jonge kinderen en grootouders worden achterop een kleine open pick-up geladen, samen met het aangeschafte schaap. Voor het stoplicht staar ik in de ogen van een schaap dat in een glazen verhoogde achterbak staat.

Gekscherend roepen mensen dat Rabat meer schapen dan inwoners telt dezer dagen. En waar laat je zo’n schaap totdat het geslacht kan worden? Op het balkon, op het dak, in de keuken. Echt waar, want niet iedereen heeft een tuin.

Ook al is de regel dat alleen diegene die het zich kan veroorloven een schaap hoeft te kopen, nemen veel Marokkanen zich toch die moeite. Een Nederlandse vrouw die dertig jaar geleden in Marokko met haar Marokkaanse man kwam wonen, vertelt: “Het is een mooi feest hoor met die symboliek. Je ontkomt er alleen bijna niet aan om een schaap te kopen. En soms ben je met vier families samen aan het vieren, met dus ook vier schapen. Jaren geleden ging ik zelf naar de medina in Rabat om zo’n beest te kopen. Kinderen mee. Maar wat wist ik als Brabantse van prijzen en of het een goed schaap was? Dus, doe die maar. En daar ging ik met mijn schaap en de kinderen in zo’n pick-up weer naar huis. En dan moet je het op de dag van het Offerfeest nog bloederig slachten. De lever en het schapenhoofd eet je op de dag zelf, de rest laat je besterven. Keek ik die avond naar dat karkas. Kon het niet aanzien. Dus als goede Hollandse hak ik alles in stukjes. Mijn Nederlands pragmatisme was mijn Marokkaanse zwager één dag voor. De volgende ochtend stond hij voor de deur om het beest naar de slager te brengen, om in stukjes te hakken. Het lag dus allemaal al keurig gesneden in de vriezer.”

Een relletje: Melilla, de Spaanse enclave in Noord-Marokko, heeft als gevolg van de mond- en klauwzeer-epidemie besloten dit jaar de invoer van schapen uit Marokko voor het Offerfeest te verbieden. Gevolg: demonstraties in de enclave. Marokko exporteert jaarlijks ruim 6000 schapen naar de enclave zodat de moslimgemeenschap daar het Offerfeest kan vieren.

Het Offerfeest raakt mij als ik het verhaal hoor van een vrouw wiens vader in Nederland woont. Hij komt dit jaar terug naar Marokko om tijdens het Offerfeest met zijn familie te zijn. Bang als hij is dat dit zijn laatste Offerfeest zal zijn, viert hij het in het land waar zijn wortels liggen. Op zo’n manier met een diep geworteld gevoel er uiting aan geven, vind ik mooi en bijzonder. Dan krijgt het vieren van samenzijn, delen en geloof duiding.

Mijn vrouw en ik maken ons eigen gebaar: we geven onze bewaker en huishoudster geld. De waardering is groot, maar het ritueel van het delen van een schaap voelt toch warmer dan dat kale witte envelopje met dirhams, geserveerd met een kop koffie en speculaas.

Thijs Kolster woont met zijn gezin in Marokko en schrijft sinds 2015 een wekelijks blog onder de titel ‘Verhalen uit Marokko’. Vanaf april 2016 is hij vaste columnist voor De Moslimkrant. Thijs kijkt met zowel de blik van een buitenstaander en als ingezetene naar Marokko. Dat maakt zijn blik interessant. Op die manier laat hij ons op een luchtige manier kennis maken met Marokko. De blogs van Thijs zijn te lezen op www.verhalenuitmarokko.wordpress.com. Zomer 2015 verscheen zijn eerste bundel ‘Openstaander; verhalen uit Marokko’ (te koop op bol.com).

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.