de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Inburgeren op het sportveld

Sinds mijn komst hier doe ik verwoede sportpogingen. Na wat vallen en opstaan heb ik het ideale moment én de ideale plek ontdekt: een veldje met fitnessapparaten in een rustig wijkje. Het sportveld geeft een mooie dwarsdoorsnede van de Reyhanlese samenleving. De weg ernaartoe geeft al een voorschot: de Turkse oude buurvrouw van drie huizen verderop begroet me altijd enthousiast. In het Arabisch, want de oudere generatie spreekt Arabisch. “Wanneer kom je bij mij langs?”

Op weg naar het veld vang ik huiselijke geluiden van Turken en Syriërs op en word ik bijna van de sokken gereden door een handjevol motors, een favoriet gezinsvervoermiddel en een capriolenmachine voor de jeugd. De weinige geluiden die je hier ’s avonds hoort, zijn die van opgevoerde voortjakkerende motors, getemd door jeugdige Turkenduo’s. Voordat ik het sportveld bereik, passeer ik net uit de grond gestampte flatgebouwen, die moeten voorzien in de groeiende woningbehoefte onder nieuw toegestroomde Syriërs.

Na 10 minuten duiken de vertrouwde fitnessapparaten op, die op bijna elke straathoek zijn neergeplant, in een poging de bevolking tot actie te bewegen. Ze lijken vooral de lokale hangjongeren aan te trekken en een enkele vrouw, al dan niet onder begeleiding van haar man, die gewicht wil verliezen. Regelmatig komen kinderen starend om me heen staan, ‘hello, what’s your name?’ toeroepend. Jongeren hier spreken meestal geen Arabisch.

Op de hoek van het sportveld staat een armetierig winkeltje dat met elke windvlaag een flinke oplawaai krijgt en het blikken omhulsel doet sidderen. Hier huist een ouder gevlucht Syrisch koppel dat ‘geadopteerd’ is door een Turkse man wiens huis aan het veld grenst. Deze zelfbenoemde buurtvader handhaaft de orde op het speelveld en spreekt jongeren aan op hun hanggedrag. Het Syrische echtpaar woont gratis in zijn kelder.

Hoewel het winkeltje niet veel lijkt op te brengen, ‘slacht’ het koppel elke avond een fikse watermeloen en deelt die met wie er ook in de buurt is. Ook ik moet op z’n minst een kilo meloen wegwerken. ‘Buongiorno’ schreeuwt de man me altijd toe, hoewel ik hem elke keer uitleg dat ik geen Italiaans spreek. De winkelruimte wordt optimaal gebruikt: de ene keer zijn er vijf uit Koeweit overgevlogen dochters, dan zijn er weer tien eten aan het prepareren voor het suikerfeest. Bezoek krijgen ze veel, klanten ogenschijnlijk wat minder.

En dan zijn er de revalidanten van het Vrije Syrische Leger, herkenbaar aan hun legerbroeken en gebruinde gezichten. Elke avond strompelt er een driekoppig groepje mannen het veldje op, waarvan twee ondersteund door de ander of door krukken. Hun revalidatiekliniek ligt 300 meter verderop. Elke avond proberen ze trouw met een van pijn verkrampt gezicht hun lichaam weer in topvorm te krijgen.

Na twee uurtjes vertrek ik weer. Voordat ik thuis kan komen, moet ik nog drie dineruitnodigingen afslaan en tien gesprekken ontwijken. Maar dan wandel ik terug, in de geruststellende wetenschap dat het leven hier over een paar dagen, als ik terugkom, nog precies hetzelfde zal zijn.

Ine Smeets verblijft enige maanden in het Turkse stadje Reyhanli, dat vlakbij de Syrische grens ligt. Daar geeft ze Engelse les aan Syrische vrouwen en meisjes die gevlucht zijn. Tweewekelijks verhaalt zij van haar belevenissen in Turkije.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.