de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Landschap gegoten als in een prentenboek

We reizen door de natuurlandschappen van Marokko waarin de tijd is uitgeslepen gedurende miljoenen jaren en langs Agadir, Marrakech, Ouerzazate, Zagora, Sahara. Niet het nu maar het ooit probeert ons iets te vertellen over wat we zien.

In Riad Chez Talout nabij Skoura staar ik rond middernacht op het terras naar de contouren van het Atlasgebergte die door hun witte bergtoppen zelfs bij een donkere nacht nog helder afsteken tegen de volle sterrenhemel.

De hele dag mijmer ik over hoe ik kan vertellen over de landschappen die we zijn gepasseerd, over de eindeloze diversiteit, scherpte, overgang, contrast, pracht en schoonheid. Zelfs al zien we sommige plekken voor de tweede keer, de verwondering blijft. Het is alsof we een prentenboek bekijken; zo’n groot koffietafelboek waarin over de volle twee pagina’s foto’s zijn afgedrukt. De schoonheid spat ervan af. Je wilt met een aan gulzigheid grenzende drang doorbladeren, omdat iedere foto je verlangen naar meer vergroot.

‘s Ochtends vertrekken we richting de Sahara, op weg naar een nacht in de woestijn, naar nieuwe vergezichten. Onderweg probeert een man van een woestijnstam in traditionele kledij onze auto tot staan te brengen. Hij spreekt Frans en Engels. We geven hem een lift. Rijdend langs de, door blootstelling aan weer en wind, in miljoenen jaren uitgesleten rotspartijen, zegt onze onderhoudende metgezel opeens: “De wereld waar jullie nu doorheen rijden is als een boek met mooie plaatjes. Je wilt iedere pagina omslaan uit nieuwsgierigheid naar wat er op de volgende staat.” Alsof ik hem mijn gedachten van de avond ervoor hoor uitspreken.

De fascinatie met de menselijke geest, wint het uiteindelijk van de aanvankelijke teleurstelling over mijn kennelijk weinig originele vondst.Want de behoefte om een kapstok te vinden waaraan we onze indrukken kunnen ophangen is universeel. Het is bijna noodzakelijk om dat te doen omdat we anders overweldigd worden door wat we zien. Het prentenboek ordent. Het plakt onze ervaringen op pagina’s, maakt het overzichtelijk, waardoor we er later nog eens doorheen kunnen bladeren. Ook onze metgezel doet dat.

Zo blader ik door de pagina’s in mijn geheugen. Ik keer terug naar een rode wereld met rotspartijen die mij het gevoel geven in de Grand Canyon rond te dwalen. De slingerwegen door de bergen die ons via rustieke bergbeekjes, groene akkers langzaam het stenige hooggebergte van de Atlas binnen leiden. De witte sneeuwtoppen als witte dekens gedrapeerd over deze zwartgrijze kale steenmassa. Het is een schitterend decor voor een scène uit Game of Thrones, zo rauw en ruig. Door mijn prentenboek bladerend, sla ik wat pagina’s over.

Ik daal een bergtop af waarachter zich aan weerszijden van kaarsrechte wegen het landschap helemaal opent; het voorportaal van de woestijn. Een weg die de vlaktes opensplijt en zich als een lange streep door het landschap heeft getrokken. Er is weinig groen en alles wat groeit, ademt droogte uit. Bladeren aan struiken hangen er uitgewrongen bij, terwijl de takken pezig zijn, ontdaan van alle franje. Alleen het hoogstnoodzakelijke om te overleven. De kleuren lichtbruin en lichtgeel domineren. Zelfs die kleuren zijn verdord. Het is een prachtig scherp contrast met de Draa-vallei die zich daarvoor kilometers lang als een groene oase door het landschap heeft gemeanderd. Groen, een rivier met stevig stromend water, struiken en palmbomen met daartussen akkers en een vernuftig irrigatiesysteem uit kleine geulen, beekjes en grote kunstmatig aangelegde waterkanalen.

Ik passeer dorpen en kleine steden. De mensen ogen hier gehard door hun leven met de dorheid van de woestijn die zich niet ver van de oase al weer aandient. Overal is het stoffig, op de kleding die de mensen dragen tot aan iedere winderige hoek in het dorp. De zandduinen in de woestijn kleuren geel in het felle licht van de zon. We zien de zon verdwijnen en de sterrenhemel opkomen. De nacht is een oase van geluidloosheid.

Ik sluit mijn gedachten. De beelden hebben zich geordend. Dit is mijn noeste poging om vast te houden aan wat in vijf dagen aan ons gezichtsveld is voorbijgetrokken: als een eindeloos prentenboek.

Thijs Kolster, woont met zijn gezin in Marokko en schrijft sinds 2015 een wekelijks blog onder de titel ‘Verhalen uit Marokko’. Vanaf april 2016 is hij vaste columnist voor De Moslimkrant. Thijs kijkt met zowel de blik van een buitenstaander en als ingezetene naar Marokko. Dat maakt zijn blik interessant. Op die manier laat hij ons op een luchtige manier kennis maken met Marokko. De blogs van Thijs zijn te lezen op www.verhalenuitmarokko.wordpress.com. Zomer 2015 verscheen zijn eerste bundel ‘Openstaander; verhalen uit Marokko’ (te koop op bol.com).

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.