Tussen moslims en niet-moslims

|

Welke plaats heeft de islam in Nederland? Met meer dan 900.000 moslims en zo’n 500 moskeeën in dorpen en steden is de islam een steeds gewoner onderdeel van het Nederlandse landschap en de Nederlandse cultuur geworden. In de grote steden kijkt niemand meer vreemd op als een voorbijganger een djellaba of hoofddoek draagt. Scholen houden vaker rekening met de ramadan. De media geven jaarlijks aandacht aan het Suikerfeest. In de politiek klinkt hier en daar de roep om dit feest tot een nationale feestdag te maken.

Toch blijft het contact tussen moslims en niet-moslims kramp­achtig. Veel Nederlanders staan ambivalent, afwijzend of vijandig tegenover moslims. Ze vrezen dat de islam een bedreiging vormt voor de waarden die in Nederland dominant zijn, zoals de vrijheid van menings­uiting, gelijkheid van man en vrouw, seksuele vrijheid en de vrijheid om ongelimiteerd te consumeren. De opkomst van IS en aanslagen zoals die op Charlie Hebdo versterken de angst dat islam gelijk staat aan het gebruik van geweld. Zelfs Nederlan­ders die redelijk op de hoogte zijn van de islam blijven overwegend huiverig.

Moslims op hun beurt worden soms moe te benadrukken dat de islam wel degelijk een vreedzame godsdienst is. Ze voelen zich onheus bejegend, omdat van hen wordt gevraagd dat ze zich distantiëren van het geweld, terwijl zij zich niet in het geweld herkennen en zeker niet willen dat dit in hun naam wordt gepleegd.

Hoe de patstelling waarin moslims en niet-moslims terecht zijn gekomen te doorbreken? Meer kennis over de ­islam is natuurlijk mooi meegeno­men, maar het blijkt niet genoeg. De koudwatervrees over en weer kan slechts worden overwonnen als beide kanten bereid zijn openlijk en gelijkwaardig met elkaar in gesprek te gaan.

In mijn werk bij De Haagse Hogeschool heb ik de afgelopen jaren mogen ervaren dat zo’n gesprek tussen moslims en niet-moslims heel goed mogelijk is. Sterker nog, het openlijk spreken met elkaar draagt in hoge mate bij aan wederzijdse interesse. Onze studenten leren tijdens hun opleiding om over de grenzen van de eigen cultuur, de eigen natie en het eigen geloof te kijken, hun horizon te verbreden, zodat ze na hun opleiding professioneel genoeg zijn om met flair en openheid de wereld in te gaan. Niet voor niets heeft De Haagse Hogeschool ‘wereldburgerschap’ tot een van de kernwaarden van het onderwijs uitgeroepen.

In de gespreksruimte die tussen de zeer diverse studenten is gecreëerd komen tal van onderwerpen aan de orde: Wat is vrijheid van spreken en denken? Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om ook groepen met minder macht evenredig aan het woord te laten? Hoe strikt moet de scheiding tussen onderwijs en geloof zijn? Welke gevolgen heeft het vasten tijdens de ramadan voor de gezondheid en de studieprestaties? Zou je ook volgens de zonsopgang en –ondergang van Mekka kunnen vasten in plaats van die van Nederland? Welke gevolgen hebben 24-uurs-dansgelegenheden, blootstelling aan alcohol, drugs en weinig slaap op de gezondheid en studieprestaties? Waar baseer je je moraal op als je gelovig of niet-gelovig bent? Is het denkbaar dat een in de islam geïnteresseerde niet-moslim in een verre toekomst toegang zal krijgen tot de heilige stad Mekka? Zou een moslim minister-president van Nederland kunnen worden?
Wie dit soort gesprekken aangaat, merkt al snel dat er niet één islam of één soort moslims is, maar een veelvoud van religieuze praktijken, gelovigen en opvattingen.
Als Denker des vaderlands heb ik het thema ‘Tussen-denken’ op de agenda gezet: wat gebeurt er in de ruimte tussen mensen en hoe kun je de publieke en semi-publieke ruimte zo vormgeven dat zoveel mogelijk mensen zich daarin op hun gemak voelen?
Het initiatief van deze Mohammed­glossy sluit naadloos aan bij dit thema. De makers zetten ertoe aan op zoek te gaan naar nieuwe interacties tussen moslims en niet-moslims. Doel is om de ruimte tussen moslims en niet-moslims op nieuwe manieren in te richten, zodat elke Nederlander, moslim of niet, in dit kleine landje kan aarden.

Marli Huijer
Lector filosofie aan De Haagse Hoge­school, bijzonder hoogleraar filosofie aan Erasmus Universiteit Rotterdam en sinds dit voorjaar Denker des Vaderlands.