de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Moslimintellectuelen in de polder, durf autonoom te zijn!

Ik heb de laatste maanden regelmatig en intensief gesprekken gehad over de islamitische horror-terrorisme van IS. Lange en openhartige conversaties; soms bij zinderende besloten bijeenkomsten en ook publieke debatten, zoals de recente, druk bezochte en uitstekend verzorgde eerste Moslimkrant lezing op 28 oktober.

Het gros van mijn gespreksgenoten zijn de jonge moslimintelligentsia tussen 25 en 35 jaar van Nederlandse bodem. Een groep waar ik veel waardering voor heb en heb zien groeien in de afgelopen tien jaar in hun publieke rol en in hun succesvolle maatschappelijke bijdrage bij de emancipatie en participatie van moslims in stad en land.

Des te teleurstellender is hun vrij breed gedeelde positionering in het debat over radicalisering van moslimjongeren en de opkomst van Nederjihadisten. Hun houding is ronduit defensief en mist de onderzoekende en open vizier. Ze lijken vooral de taak op zich genomen te hebben om tegen het islamofobisch geroep van Wilders & co hard en raak iets terug te roepen. Als Wilders roept dat IS alles met islam te maken heeft, roepen zij terug dat IS niets met islam heeft te maken. Als de hardcore van Israël-fans parallen trekt tussen het Amerikaanse bombarderen van IS in Irak met de Israëlische luchtaanvallen op Gaza om Israëls daden te legitimeren, dan wijten deze moslimintelligentsia de opkomst van haat-islam geheel aan de geschiedenis van het ontstaan van Israël en zijn huidige daden.

Als lokale en nationale bestuurders hun gebrek aan lange-termijnvisie over de bestrijding van islamitische radicalisering glad proberen te strijken en de moslimgemeenschap morele leiderschap verwijten, zien de moslimintelligentsia hun kans schoon de bal hard terug te slaan door de samenleving, inclusief politici en media, de hoofdschuld te geven van discriminatie, hoge werkloosheid onder en gebrek aan acceptatie van moslimjongeren.

In de hitte van het radicaliseringdebat worden deze moslimintelligentia erg voorspelbaar in de blame game die al sinds 9/11 hier gaande is. Dat is te betreuren. Dertien jaar terug was in het debat -over de positie van islam en de moslimgemeenschap in een democratische samenleving- ook sprake van de alarmerende opkomst van de transnationale, militante islam en groot gebrek aan reflectie, visie en analyse van Nederlandse moslimintellectuelen. Een zorgwekkend leemte die alles had te maken met de nieuwe generatie moslimintelligentsia die nog te groen was.

Ze stonden net voor de drempel van universiteiten. Bij gebrek aan alternatief waren mijn collega-programmamakers en ik in toenmalige debatcentra in de grote steden bezig debatten rondom islam te organiseren. We waren aangewezen op import-moslimintelligentsia: Ziauddin Sardar uit Engeland; Reza Aslan uit de VS; Tariq Ramadan, om maar een paar te noemen, vroegen we te spreken bij lezingen en debatten in Zaal de Unie of De Balie, de trekpleisters van het intellectueel debat in die tijd.

Inmiddels zijn de groentjes van toen geslaagde volwassen theologen, politicologen, sociologen en journalisten geworden. Ja, je hoort ze in het debat, maar nee, niet op een weloverwogen, reflectieve en autonome wijze.

Ze zien het extremisme als een symptoom van een wijdverspreid gevoel van vervreemding en onbehagen onder de moslimjongeren in Nederland, en terecht. Maar hun verwijt aan de samenleving voor deze vervreemding is eendimensionaal. Zouden zij niet ook een onderzoekende blik moeten werpen op de inter-generationele onrust en de botsing van wereldbeelden tussen ouders en jongeren? Hoe zit het met de innerlijke strijd van de jongeren zelf tussen de twee vuren van een veelal erg ouderwetse traditie waar ze van afstammen en de hyperindividualistische moderniteit van Nederland?

Ze hebben gelijk als ze de opkomst van polder-jihadisten ook transnationaal belichten en wijzen op wat in het Midden Oosten gaande is. Maar is de opkomst van IS werkelijk te wijten aan misstanden van Israël jegens Palestijnen of de westerse militaire interventie in Irak en Afghanistan? Is er ook niet een grote strijd in de wereld van de islam om the heart en minds van moslims? Om wie of welke islamitische sekte, ‘de ware islam’ in pacht heeft? Is er niet steeds meer theologisch polemiek en politieke intolerantie tegen de diversiteit aan tradities binnen de islam? Zijn de jonge Nederlandse moslims niet onderhevig aan deze (vooral mediale) strijd om ‘de ware islam’? Worden onze moslimjongeren niet blootgesteld aan denkbeelden en mediapropaganda, gevoed en gefinancierd vanuit autoritaire staten en culturen in het Midden Oosten?

Zeker, om kritische vragen te durven stellen is een zekere autonomie nodig. De moslimachterban herkent die in eerste instantie niet als een bijdrage aan verbetering van hun positie in de samenleving, laat staan als een remedie tegen de islamofobie. Het is als de vuile was buiten hangen. Maar de (moslim)gemeenschap heeft de intellectuele durf van moslimintelligentsia nodig om deze vragen te stellen, te onderzoeken en de samenleving in zijn geheel uit de dagen om zich te verhouden en zo nodig er rekening mee te houden bij het hervormen van de samenleving.

Het wordt tijd dat onze moslimintelligentsia hun intellectuele roeping beter gestalte geeft. Dat is vooral hun eigen verantwoordelijkheid. Maar het opzetten en aanjagen van intellectuele platforms, denktanks en hoogwaardig publiek debat is onontbeerlijk en zij zouden dat kunnen stimuleren. Het gebrekkige aanbod van dergelijk intellectuele platforms is wat de hele samenleving, beleidsmakers voorop, zich moet aantrekken en moet aanpakken.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.