de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Moslimorganisaties zijn aan vernieuwing toe

In de jaren ’60 en ’70 was veel vraag naar intermediairs die de Nederlandse taal machtig waren, de weg wisten te vinden naar de lokale overheden en namens de eerste stroom gastarbeiders een brug konden slaan.

De gastarbeiders waren harde werkers, maar de taal leren, naar school gaan en volop meedoen was toen weliswaar een noodzaak, maar zeker geen luxe voor deze groep.

Mijn vader verbleef in een pension, een oud pand aan de ‘s-Gravendijkwal, samen met circa 40 Turkse arbeiders. Ze werden vroeg in de ochtend bij zonsopgang al naar hun werk gebracht en kwamen pas terug bij zonsondergang.

Gastarbeiders zoals mijn vader hadden behoefte aan mensen die hun problemen, hun verwachtingen en hun wensen konden vertalen en overbrengen aan officiële instellingen.

Vandaar de oprichting van allerlei inspraakorganen, religieus en ideologisch georiënteerde platforms en federaties van arbeiders. Veel van dergelijke zelf- en belangenorganisaties zijn nu zoekend naar nieuwe structuren en antwoorden op de vraag of ze nog bestaansrecht hebben. Ik denk zelf: niet in deze vorm en mentaliteit.

Migranten, arbeidersbewegingen en religieuze groepen hebben geen tussenpersonen meer nodig om hun belangen, rechten en plichten te laten behartigen en zich in te bedden in de Nederlandse samenleving.

De jonge generatie nieuwe Nederlanders zijn, anders dan hun ouders, goed opgeleid, mondig en assertief, maar bovenal professioneel genoeg om hun individuele en collectieve belangen te (laten) behartigen, zonder tussenkomst.

We kunnen alleen maar met diep respect spreken over de oude belangengroepen en platforms die in zeer moeilijke tijden en onder onaangename omstandigheden, hun taak -de belangen van hun achterban- uitmuntend hebben volbracht.

Maar het wordt tijd dat zij plaatsmaken voor een jonge en goed opgeleide garde, ingebed in de haarvaten van de samenleving, zich bewapenen met moderne en professionele attributen, bereid om de taak van hun ouders en grootouders over te nemen en de lat van participatie, welzijn en welvaart nog hoger leggen.

Het is zelfs een verplichting van de jonge garde om deze rol op een verantwoord manier op zich te nemen. Nieuwe organisaties met specifieke aandacht en kennis over hun achterban zouden de bewezen diensten van hun ouders verder op kunnen krikken, zonder enige vorm van afhankelijkheid.

‘Wie betaalt, bepaalt’ is een veel gehoord adagium dat mij aanspreekt. Zelforganisaties en belangenorganisaties van migranten en moslims zijn toe aan autonomie: zelfcorrigerend, zichzelf bedruipend, snel handelend en besluitvaardig. Verbindende organisatievormen die visionair zijn en gericht op de toekomst.

Wie wil overleven, hoort mee te gaan met de tijd. Wie onze ouders wil eren, hoort dit proces te ondersteunen met kennis en oprechte interventies.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.