de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Naar de windmolens

Steeds meer Syriërs die ik ontmoet, maken plannen om naar Europa te gaan. Sommigen koesteren nog het idee dat ze gewoon een aanvraag kunnen indienen bij de Nederlandse of Zweedse ambassade. Maar de meesten weten wel dat er voor een toekomst in Europa meer nodig is.

Eén van mijn studentes vertelde me dat haar broer ook het Zweden-of-Nederland-plan had opgevat. Ik vroeg hoe oud hij was. “Vijftien. Hij is van plan illegaal met de boot te gaan. Gevaarlijk? Ja, maar je moet wat met je toekomst,” zegt het meisje wier jongere broertje de oorlog al niet overleefd heeft. En zo heeft iedereen zijn plannen. Een vriendin heeft al langere tijd het project haar haar te highlighten, zodat het minder opvalt als je met een ‘Europees’ paspoort Europa binnenreist. Haar man en zij hebben haar zoontje al democratisch inspraak gegeven in de keuze van het land van hun toekomst: “Wil je het liefst naar de sneeuw (Zweden) of naar de windmolens (Nederland)?”

Zelfs mijn vriend, strijder van het Vrije Syrische Leger, trof ik in twijfel aan toen hij met vriend Bilal ons instituut bezocht. “Bilal heeft geprobeerd me over te halen naar Engeland te gaan. Daar zit een vriendin die wil dat ik naar haar toe kom.” Ik was verbaasd: “Jij wilt toch niets anders dan vechten voor het behoud van je vaderland?” Maar nee, onverschrokken Mahmoud wist het niet meer: “De revolutie is niet meer. Te veel mensen strijden voor hun eigen belangen.” Maar twee dagen later was hij weer terug naar Syrië, te rusteloos om zijn tijd te verdoen in Turkije als hij voor zijn land kon vechten.

Niet veel Syriërs lijken Turkije als hun eindstation te zien. Het leven is er te makkelijk. Het lijkt op Syrië, maar toch niet echt. Voor je het weet, zit je er jaren en heb je nog geen gesetteld leven of officiële status. Dan liever terug. Zoals voor de ouders van mijn collega Ahmed: “Het is mooi geweest. We gaan terug naar Homs.” Op die stad die het zwaar te verduren had in de oorlog, maar die nog half overeind staat, willen ze hun dromen weer opbouwen. De kinderen blijven achter, weer een verscheurd gezin. Umm Ahmed laat ze met pijn in het hart achter: “Mijn man houdt het hier niet langer uit. Hij wil naar huis.”

Ook een belegerde stad behoort tot de terugkeeropties. Een wiskundedocente die hier al een maand verblijft voor het updaten van het wiskundecurriculum is al lang klaar met haar werk. Anderhalf jaar Saoedi-Arabië bij haar oudere broer bevielen niet. Te heet. Nu wil ze bij haar kinderen in Istanboel wonen, maar die wonen in een studentenhuis. Hoe hard ze ook zoeken, ze vinden geen ‘echt’ huis. “Als ze niets vinden, zie ik geen andere mogelijkheid dan terugkeren naar Aleppo. Dat is uiteindelijk ook mijn thuis.”

Mijn tijd hier loopt op zijn eind. In een afscheidsfeestje met al mijn studentes bood de directeur van het instituut me zijn opperste dank én – naar goed Syrisch gebruik – de Syrische nationaliteit aan. Dankbaar nam ik die aan. Met een Nederlands paspoort zou ik pas nogal wat mensen blij maken.

Ine Smeets verblijft enige maanden in het Turkse stadje Reyhanli, dat vlakbij de Syrische grens ligt. Daar geeft ze Engelse les aan Syrische vrouwen en meisjes die gevlucht zijn. Tweewekelijks verhaalt zij van haar belevenissen in Turkije.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.