de Moslimkrant

Opvoedtip: niet slaan maar grenzen aangeven!

Opvoedtik
Er zijn ouders of opvoeders die hun kind wel eens een klap of een opvoedtik geven vooral uit frustratie: ‘Luister naar me!’, ‘Doe wat ik zeg!’ Er zijn ook ouders of opvoeders die hun kind niet soms, maar regelmatig of zelfs vaak slaan. Dat is schadelijk voor het kind, maar ook voor de ouder of opvoeder zelf. Wat uit frustratie begon is inmiddels een gewoonte geworden. Je weet dat het verboden is, dat het niet goed is en eigenlijk niet helpt. Toch ga je er mee door, want je weet geen andere manier om je kind te laten gehoorzamen.

Schuldgevoel
Als je dingen tegen je kinderen doet waarvan je weet dat ze niet goed zijn, voel je je meestal schuldig. Soms word je nog bozer door dat schuldgevoel. Het lijkt wel of jouw kind jou iets laat doen wat je eigenlijk niet wilt: slaan. Maar het kind is niet verantwoordelijk voor jouw gedrag, dat ben jijzelf. Wat zouje kunnen veranderen om niet meer te (hoeven) slaan? Wat is eigenlijk het doel van een klap of een opvoedtik? Juist: dat het kind zijn gedrag verandert!

Van kwaad tot erger
Waarom sla je iemand en zeker een kind? Stel dat het omgekeerde gebeurd: je kind slaat jou. Of stel dat iemand wil dat jij je gedrag verandert en je daarom een klap, dreun of erger geeft? Dat zou je niet leuk vinden. Je accepteert het niet, je wordt boos en slaat terug. Want een kind dat zijn ouders slaat, dat is een belediging en een grof schandaal. Ik zie het bij jonge ouders wel eens gebeuren. Die glimlachen er dan om, of praten het weg. Dat is een onlogisch en fout signaal naar het kind. Wat moet je kind wel niet denken: als ik me gefrustreerd of boos voel, dan reageer ik dat op mijn liefste ouder af. Als het goed is, geef je als opvoeder grenzen aan en daarna voelt je kind zich weer begrepen en veilig. Als die grens niet aangegeven wordt blijft je kind zoeken naar waar die grens wél ligt. Dat kan soms van kwaad tot erger gaan.

Maar hoe dan wél?
Hoe was het ook weer? Je wil dat het kind zijn gedrag verandert of het liefste ermee stopt.
Probeer eens door de ogen van je kind te kijken. Of het kind nu twee jaar oud is of zestien, het ervaart jouw regels als van een ‘baas’. Dus alles wat je zegt en doet, wordt in principe voor waar aangenomen. Pas na het veertiende jaar kunnen kinderen een beetje gaan tegenspreken in een echt gesprek. Daarvoor spreken ze misschien wel tegen, maar kunnen niet uitleggen waarom ze dat gedrag vertonen.

Ik-vorm
Het is niet zo moeilijk om je zin te krijgen zonder geweld. Let er op, als je iets van je kind wilt. Zorg dat het gedrag dat je niet wilt, stopt vóór dat je boos wordt en praat met je kind over je eigen gevoelens. ‘Ik word boos, als jij zo doet’ is veel duidelijker dan zeggen: ‘niet doen, want dan wordt papa/mama boos.’ Praat over jezelf in de Ik-vorm, dat is duidelijker, voor iedereen. Je zegt toch ook niet tegen je partner ‘zal deze man/vrouw koffie inschenken?’ Zorg dat het gedrag stopt en wacht niet tien keer, maar treedt direct op. Dat is duidelijk, daar vraagt een kind om. Streng praten is goed, boos worden weer niet en wees duidelijk.

Tenslotte wil ik hier duidelijk maken dat boosheid, irritatie en frustratie bij het opvoeden hoort. Maar het zegt meer iets over jezelf en hoe je daar mee omgaat dan over het kind. Opvoeden is behoorlijk lastig zeker in twee of meerdere culturen. Kom je er zelf niet uit, praat met een ander die je vertrouwt. Dat helpt jou én je kinderen!

Elsie ten Veldhuis is gespecialiseerd in opvoeden in twee culturen. Voor meer info opvoedingsadvies.nl
© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.