de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Parallelle paranoia

Het onderzoek van de Nederlandse regering naar de vier grootste Turkse stromingen die actief zijn in Nederland is recent aangeboden aan de Tweede Kamerleden. De

brief van 29 maart 2013 van minister Asscher aan de Tweede Kamer waarin hij schrijft dat deze stromingen een eigen parallelle gemeenschappen hebben gecreëerd was de aanjager voor dit onderzoek. Hoe de integratie van de Turkse Nederlanders door deze stromingen worden beïnvloed?

Minister Asscher gaat uit van ‘een feit’ en geen aanname. Kennelijk vindt hij dat ook fundamentele waarden zoals seksegelijkheid, zelfbeschikkingsrecht, individuele keuzevrijheid en gewetensvrijheid in het geding zijn bij deze stromingen en wil hij deze zaken tegelijk laten onderzoeken.

Eerlijk is eerlijk, niet Asscher, maar de huidige Turkse president Erdogan was de eerste politieke leider die kwam met deze werkdefinitie en operationeel begrip ‘parallelle gemeenschap’. Alle eer dus voor Erdogan!

Erdogan richt in en buiten Turkije al twee jaar zijn pijlen op de Gulen-beweging. Volgens eigen zeggen is hij ‘een onafhankelijkheidsoorlog’ begonnen tegen deze beweging. Erdogan vindt de Gulen-beweging (een van de vier stromingen ook actief in Nederland) een bolwerk van landverraders die een verbond hebben gesloten met buitenlandse inlichtingendiensten met als doel zijn regering omver te werpen. Het hele Turkse staatsapparaat is nu door Erdogan ingezet om deze wereldwijde beweging, dat op talloze terreinen actief is, in zijn totaliteit uit te roeien.

Nu terug naar Nederland en het onderzoek naar de vier Turkse islamitische bewegingen.

De Suleymanci-groep is een in de mystieke islam gewortelde beweging, Diyanet is een aan de Turkse staat gelieerde organisatie, Milli Gorus is een politiek-activistische beweging en de Gulenbeweging hangt de islamitische geleerde en prediker Fethullah Gulen aan, aldus het onderzoek.

Na zoveel ophef, verdachtmakingen en suggestieve beschuldigingen uit de politiek-populischtische, hoek, kwamen de onderzoekers met hun voorlopige resultaten:
” Op basis van wetenschappelijke literatuur kan over de Turkse islamitische organisaties geconcludeerd worden dat op hun interne solidariteit en cohesie gerichte activiteiten -de zogenaamde bonding- geen kenmerk van ongewenste parallelliteit worden genoemd, of worden opgevat als gebrekkige integratie, ook als ze zich over de landsgrenzen uitstrekken. Turken vormen een integraal onderdeel van de Nederlandse samenleving en hun netwerken en organisaties vormen dus een onderdeel van het maatschappelijk middenveld. Punt!

Maar toch heeft onze minister van de ‘parallelle gemeenschappen’ geen genoegen genomen met dit onderzoek. Hij wil nog meer diepgaand onderzoek!.
Op zich niks mis mee. Het resultaat spreekt boekdelen, deze gemeenschappen zijn zeker van hun verhaal en hebben niks te verbergen.

Het gaat niet om de inhoud, maar helaas wel om de beeldvorming. Deze aantijgingen bevestigen en versterken onterecht de bestaande negatieve beeldvorming over bepaalde etnische en religieuze groepen in de samenleving. Ik weet dat deze groepen hun stinkende best doen om hun achterban mee te nemen, ook in deze moeilijke tijden, als het gaat om hun integratie en participatieproces. Maar de gewone Nederlander die deze groepen moslims niet kent, denkt: ‘waar rook is, is vuur’!

Samenvattend: deze ‘parallele paranoia’ is niets anders dan een messteek in het proces van toenadering, verbroedering en sociale cohesie tussen verschillende bevolkingsgroepen en religies!

Daar zitten wij met z’n allen niet op te wachten!

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.