de Moslimkrant

Vertrouw je puber, vermijd foute vrienden

Tien jaar geleden was de vraag waarom er zoveel allochtone jongeren oververtegenwoordigd zijn in de politiestatistieken. Begin mei verscheen de uitkomst van een onderzoek onder Rotterdamse jongeren in opdracht van Politie en Wetenschap . Wat blijkt? Etniciteit doet er niet toe; foute vrienden zorgen ervoor dat jongeren sneller in de criminaliteit verzeild raken.

Jongeren met een gedragstoornis zoals hyperactiviteit of agressie blijken meer delicten te plegen. “De invloed van ouders op de criminele carrière van hun kinderen is kleiner dan wel wordt aangenomen”, zegt onderzoeker Frans Driessen.

Dat laatste is het interessants: hoe voorkomen we dat jongeren crimineel worden? Ouders willen vooral dat hun kinderen succesvol opgroeien, zich laten opleiden en verantwoordelijkheid leren dragen. Maar hoe doe je dat en hoe voorkom je dat jouw kind in contact komt met foute vrienden? Als je in een wijk woont waar zogeheten achterstand is en veel probleemjongeren wonen, is dat een grote opdracht. Ook in wijken waar minder jongeren met dergelijke problemen wonen, komen echt ook heel wat foute vrienden voor.

Jarenlang sprak ik in mijn praktijk ouders, die bang waren dat hun kind teveel zou omgaan met foute vrienden. Uit de buurt, of juist verder weg, op school of in hun vrije tijd. Hoe kun je daar een eind aan maken, was meestal de vraag.

Mijn antwoord had vooral te maken met het vertrouwen in de periode vóór de puberteit. In deze tijd bouwen ouders het vertrouwen uit naar overleg en informatie. Veel opvoeders -behalve ouders ook andere mensen om het kind heen- worden pas gealarmeerd, wanneer het moeilijk wordt om contact te houden met een puber en wanneer het gedrag vertoont waar ze geen hoogte van kunnen krijgen.

Dat gedrag begint niet zomaar. Je kent het kind immers vanaf de geboorte, je kunt merken of het goed gaat of dat er iets niet pluis is. Zodra een kind opstandig wordt of juist steeds stiller, heeft dat vaak te maken met dingen die gebeuren als je er als ouder niet bij bent, of met hoe je zelf al enige tijd op het gedrag van je kind reageert.

Ouders zijn soms extra streng als ze bang zijn dat hun kind de fout ingaat. Streng is niet hetzelfde als boos, maar veel jongeren voelen boosheid die achter een strenge regel schuilt als een afkeuring. En onzeker zijn ze toch al door hun snelle lichamelijke en geestelijke verandering.

Als je daar te weinig op let, zoeken kinderen vaak troost of goedkeuring bij leeftijdgenoten op straat of op school, in plaats van in het contact met hun opvoeder.

Vraag je af of je een open contact met je kind hebt. Twijfel je of zeg je ronduit nee, dan wordt het tijd om dat te veranderen, zeker als je kind ouder dan 10 jaar is. Laat het gesprek met je kind weer positief verlopen. Er is toch altijd wel iets goed aan je kind?

Probeer het vertrouwen weer op gang te krijgen. Bespreek met je kind waar je bang voor bent en laat je niet afschepen met geruststellingen. Soms willen kinderen hun geheimen niet zomaar prijsgeven, heb daar respect voor. Dan krijg je respect terug en pas dan is er een gelijkwaardige basis om verder te praten.

Maar als dat gesprek niet lukt, omdat je kind echt niet lijkt te willen, of omdat je het zelf toch wel erg moeilijk vindt, wacht dan niet te lang af! Zoek iemand die je vertrouwt voor hulp: een familielid, een vriend of vriendin, een andere opvoeder, de huisarts of iemand die van opvoeden zijn beroep heeft gemaakt.

En wat betreft die foute vrienden: bedenk dat die kinderen jonger zijn geweest en toen helemaal niet zo “fout” waren. Zoek contact met de vrienden van je kinderen en je zal ze leren kennen!

www.opvoedingsadvies.nl
Elsie ten Veldhuijs is opvoedkundige

Elsie ten Veldhuis is gespecialiseerd in opvoeden in twee culturen. Voor meer info opvoedingsadvies.nl
© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.