de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Voor de Islam, tegen extremisme

Mijn favoriete gespreksonderwerp hier is de islam. Zelfs al zou ik er niet over willen praten, dan willen andere mensen dat wel. Vrijwel alle Syriërs beginnen de islam te verdedigen zonder dat ik erover begin en zeggen vrijwel hetzelfde: “Je hebt de islam, en je hebt moslims. Dat is iets heel anders, want de meeste moslims zijn van hun geloof afgedreven.” En ook: “Je hebt overal, of dat nou in Nederland of in Syrië is, goede en slechte mensen. Ook onder mensen die zichzelf moslim noemen.”

Dit heb ik nooit eerder zo sterk ervaren in het gezelschap van Syriërs. Misschien komt het doordat ik eerder met passief-praktiserende gelovigen omging in Syrië toen ik er woonde. Hoogstwaarschijnlijk komt het óók doordat Syrië overspoeld wordt door extremisten die de Syrische revolutie – die is ontaard in een oorlog – geen goed doen. De gewone burgervaders en –moeders willen daar niets mee te maken hebben. “Die extremisten tonen een verkeerd beeld van de islam. Islam is vrede, geen oorlog.”

Aanvankelijk leken Syriërs wel blij met de helpende hand die hen werd geboden door de streng-gelovige troepen die het land binnenvielen. Andere hulp hoefden ze tenslotte niet te verwachten. Maar de situatie is uit de hand gelopen. Nu is ISIS (Islamic State of Iraq and Greater Syria), die zelfs door al-Qaida te extremistisch wordt bevonden, oppermachtig in delen van het land. Syriërs herkennen Syrië niet meer.

Het is erg onoverzichtelijk geworden met alle -al dan niet- islamitische groeperingen die over elkaar heen duikelen. Als ik even niet meer weet hoe de oorlog in Syrië in elkaar zit, denk ik aan Umm Abdou, de huishoudster van het instituut waar ik werk. Ze is onbetaalbaar, meer door haar woorden dan door haar daden. Ze noemt me Maria, want dat is veel makkelijker dan mijn eigen naam: “Mooie naam toch, Maria?” Vorige week wandelde ze binnen tijdens de les en bleef vorsend om zich heen kijken. Zittend op een stoel vroeg ze: “Waarom leren jullie eigenlijk Engels?”

Umm Abdou weet niet hoe de oorlog in elkaar zit, ze weet alleen dat die het haar knap lastig maakt. Door de oorlog was geen werk meer voor haar in Syrië, dus besloot ze haar heil over de grens te zoeken. Maar als ze weer werk vindt in Syrië gooit ze haar tas in een oplegtruck en is ze zó weer in Syrië.

De meeste mensen zijn zoals Umm Abdou. Ze begrijpen deze oorlog niet, maar moeten er toch mee om zien te gaan. Ik kan me moeilijk voorstellen dat het Syrische gezin, dat ik in het park zag slapen, nog begrijpt waarom ze daar terecht zijn gekomen. Noch de jongetjes die me vertelden dat hun ouders nu probeerden toegelaten te worden tot een vluchtelingenkamp omdat ze het leven in Reyhanli niet meer konden betalen.

Eigenlijk maakt het niet eens zoveel uit of je het nu wel of niet snapt. Ook de mensen die wél nog begrijpen wat er gebeurt, hebben geen oplossing voor de situatie. Vooralsnog blijft die hetzelfde.

Ine Smeets verblijft enige maanden in het Turkse stadje Reyhanli, dat vlakbij de Syrische grens ligt. Daar geeft ze Engelse les aan Syrische vrouwen en meisjes die gevlucht zijn. Tweewekelijks verhaalt zij van haar belevenissen in Turkije.

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.