de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Wat we kunnen doen tegen radicalisering

De wereld is in rep en roer. Afschuwelijke beelden hebben mensen de schrik van hun leven bezorgd: bebaarde, langharige kerels, zoals wij die kennen uit de historische Arabische films, vaak met bivakmutsen, wapperend met zwarte vlaggen. Onschuldige mensen die zonder aanleiding worden onthoofd, op straat worden doodgeschoten of vrouwen die op de slavenmarkt worden verkocht. Dit zijn beelden waarmee wij worden geconfronteerd uit het Midden-Oosten. Meer Hollywoodfilm dan werkelijkheid, zou u denken. Maar helaas.

Die koelbloedige moordenaars zijn zeer professionele propagandisten. Elke handeling wordt via de sociale media de wereld ingestuurd en zo werven ze nieuwe potentiële aanhangers. Eerder waren het groeperingen zoals Al-Qaida en Boko Haram en nu uit het niets leren we een nieuw fenomeen kennen: de IS. Een ongekende vorm van barbarisme die haat en verderfelijke praktijken put uit wat zij menen te doen namens de islam. Duizenden mannen en vrouwen, verspreid over de hele wereld, komen bijeen om te moorden. Ze noemen het hun jihad!

Ook uit Nederland vertrokken ze: in Nederland geboren en getogen moslims, die vervolgens moslimbroeders en zuster aldaar vermoorden. Het doet pijn, bij mij, en bij de overgrote meerderheid van moslims over de hele wereld. De islam keurt nergens deze barbarij goed. Maar toch houdt deze groep de gemoederen bezig. Nog steeds worden er elke dag mensen vermoord en onthoofd in het Midden-Oosten! Mensen schrikken van die beelden en zijn nu bang voor de islam en moslims. Verhoudingen tussen landen, religies en gemeenschappen staan op scherp en dat zal ook de bedoeling zijn van dit schrikbewind.

Ik voel me aangesproken. Ze brengen mijn vreedzame geloof in diskrediet en daarom wil ik een ander beeld van de islam neerzetten,als oud-journalist en politicus, daarnaast ook sinds kort als voorzitter van Spior, een platform van 66 islamitische organisaties uit twaalf verschillende etniciteiten in het Rijnmondgebied. Moslims moeten zichzelf een spiegel voor houden en zich afvragen:

Wat is de rol van moslims en hun organisaties om de radicale uitingen van geloofsgenoten te beperken en of te voorkomen en tenslotte: wat is de rol van de overheid als volksvertegenwoordiging om oplossingen aan te reiken? Deze vragen zijn breder dan de politieke discours.

Islam betekent letterlijk vrede. De eerste vers van de Koran begint met iqra en dat betekent: leer, vergaar kennis, ontwikkel jezelf! Het optreden van IS houdt allesbehalve vrede en Iqra in.

Elk mens, ongeacht ras, religie of sekse, zien wij als een kunstwerk van de Grote Kunstenaar. Wij, moslims, hebben respect voor Zijn kunstwerken.
Volgens de Koran en de Overleveringen van de Profeet Mohammed (vzmh) zijn er vijf zaken Zaruriyati Hamse, die onder alle omstandigheden onaangetast en onschendbaar moeten blijven: respect voor het menselijk leven, menselijke waardigheid, vrijheden, geloof, bezittingen en leefomgeving. Zelfs in tijden van oorlog dienen deze gerespecteerd te worden. Aantasting van deze zaken zijn een aanval op alle menselijke vrijheden, die hoog in het vaandel staan van de Islam.

Het doden van een mens is net zo erg als het uitroeien van de totale mensheid (Soera Maide, 5/32), laat staan schade toebrengen aan het leven van anderen. Schade, in welk vorm dan ook, ook aan je eigen leven, wordt afgeraden. Schadelijke middelen gebruiken en ook zelfmoord is verboden en onacceptabel. (Nisa 4/29 – Buhari, Muslim)

Een moslim, die zich deze vijf aspecten van Zaruriyeti Hamse eigen heeft gemaakt, is een individu die integer, vreedzaam, vredig en te vertrouwen is. Een moslim veroorzaakt op geen enkel wijze overlast noch in woorden, noch in daden. Toch gaat het geweld dagelijks door en sluiten duizenden mensen uit de hele wereld zich aan bij deze radicale groeperingen. Het wil de vreedzame moslims maar niet lukken om het vreedzame gezicht van de islam te tonen.

Hoe kunnen moslims de toegebrachte schade aan de islam beperken of verder voorkomen? Met goed islamitisch onderwijs waarin:

– islam vrede is en aanspoort om de mens, ongeacht zijn/haar achtergrond, te respecteren.
– islam geen godsdienst is van dwang, maar van overtuiging.
– diversiteit een fundamentele basis is om elkaar beter te leren kennen en in dialoog te gaan.
– in individuën wordt geïnvesteerd, vooral jongeren, om ze weerbaar te maken tegen uitsluiting, maar ook in een ideale samenleving.
– een islamitische identiteit niet ontbreekt en waarin de verharding, de kloof tussen groepen en discriminatie geen kans maakt.
– jongeren zich thuis laten voelen, om te voorkomen dat ze in de armen terechtkomen van terreurgroepen en zich afkeren tegen de samenleving.

Jonge moslims zijn meertalig en assertief. Ze nemen allerlei informatie tot zich, onder andere uit internet. Vooral radicale groeperingen hebben zich goed en professioneel georganiseerd op internet-fora. De meeste imams spreken de taal niet en kunnen deze jongeren en hun ouders niet adequaat bedienen rondom complexe vraagstukken.

De moskeeën zijn voor jongeren – die vatbaar en of kwetsbaar zijn voor radicale ideeën – niet of nauwelijks aantrekkelijk en interessant. Alleen al hierom, vraag ik islamitische organisaties zich te oriënteren op deze moderne vraagstukken en daarop interventies te plegen.

Moslimorganisaties hebben een groot gebrek aan krachtenbundeling, een proactieve houding, een professionele, snelle en effectieve interventie. Dat nekt de moslimgemeenschappen. Potentiële krachten genoeg; in het onderwijs, de politiek, economie, wetenschap en media. Nu nog het gerecht bereiden met al deze ingrediënten.

De politiek is er om het volk te vertegenwoordigen en vervolgens problemen van het volk te benoemen en oplossingen te forceren. Ze is er om verbindingen te leggen tussen groepen uit de samenleving en hun volksvertegenwoordigers. Parlementariërs zijn volksvertegenwoordigers die met een zekere mandaat, werken aan een betere, solide, rechtvaardige, gelijkwaardige en welvarende toekomst van het land. Het volk heeft haar welvaart en welzijn toevertrouwd aan 150 mensen in het parlement en de regering werkt eraan om de welvaart en welzijn van alle 16 miljoen Nederlanders – zonder onderscheid – te waarborgen. Niemand, ook geen enkele moslim, mag in deze samenleving worden uitgesloten. De rechten en de plichten van elk burger zijn geborgd in onze grondwet. In de Nederlandse democratie is er plek voor elk religie en ideologie, zolang ze niet ingaan op de fundamentele en universele rechten van de mens.

De praktijk is weerbarstiger dan wij denken. De gemoederen lopen op en heel veel mensen, vooral moslims voelen zich niet erkend en herkend in de Nederlandse samenleving. Een veel gehoord argument om zich te keren tegen de mainstream. Daar zit niemand op te wachten. Ook de Nederlandse samenleving niet.
In plaats van omarmen en verbinden, zien we juist een politieke discours dat uitsluit. De verharding, ook in de politiek, gaat over de grenzen heen van acceptatie.
Volksvertegenwoordiging hoort partij te kiezen voor het volk. Het volk, dat zijn wij allemaal.

Nederland heeft niet de luxe om haar zonen en dochters op te offeren aan de wil van de populisten en extremisten in welk vorm dan ook. Van de politiek alleen verwachten problemen op te lossen is niet meer van deze tijd. Het volk, dus wij, ook de moslims, horen samen met de politiek te werken aan oplossingen. Ieder hoort vanuit zijn/haar achtergrond, gedrevenheid en inspiraties te komen met oplossingen.
Rollen en verantwoordelijkheden zijn duidelijk en helder. Elkaar als bondgenoten accepteren en vertrouwen is wel een belangrijke voorwaarde voor succes. Ondanks de populistische hype en bemoeienis, horen we elkaar vast te houden. Ondanks de verruwing en verrechtsing in de politiek, gaan we geduldig, maar wel vastberaden inslaan op de weg van samenwerken en samenleven.

Ons doel – een harmonieuze samenleving, waarin plaats is voor elk individu – heiligt de middelen!

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.