de Moslimkrant
windt er geen hoofddoekjes om

Woede en verdriet onder Syriërs in Za’atari

Mohammed en zijn vrouw Merwa (21) wonen al meer dan een jaar in een trailer in Za’atari, het tweede grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Za’atari is de tijdelijke woonplaats van zo’n 120.000 Syrische vluchtelingen in Jordanië, en elke dag komen er meer mensen bij. Het einde van de oorlog in Syrië is tenslotte nog lang niet in zicht. Hoewel het ondernemerschap door de aderen van de Syriërs in het kamp stroomt -ze drijven handel met elkaar en openen hun eigen kraampjes- is er voor Mohammed geen baantje weggelegd. Het kamp groeit steeds verder en ontwikkelt zich tot een soort vluchtelingen-stad. Mohammed daarentegen rookt de hele dag door waterpijp. 

In Syrië voelde hij zich belangrijk, want toen hoorde hij bij het Vrije Syrische Leger. Het noodlot sloeg echter toe, toen zijn huis gebombardeerd werd. Hij moest wel met zijn hele gezin vluchtten naar Jordanië. Mohammed neemt een trekje. Witte rookwolken vullen de kamer. Zijn gezicht ontspant zich en zijn ogen staan iets minder boos. “Ik wist dat het geen pretje zou worden, en toch had ik me het heel anders voorgesteld. Ergens dacht ik dat het maar voor een paar weken zou zijn, leven in dit kamp.’’

Een dag daarvoor had hij ruzie met zijn buren toen een vluchtelingenorganisatie voedselpakketten uitdeelde. Syriërs duwden en trokken aan elkaar om zoveel mogelijk te bemachtigen. “Dat gebeurt hier dagelijks. De distributie is niet georganiseerd en we krijgen bovendien veel te weinig. Eén keer in de twee weken krijgen we een voedselpakket en voor de rest moeten we het met bonnen doen,’’ zegt Mohammed’s vrouw Merwa. Snel voegt ze eraan toe: “En de koekjes die de kinderen laatst op school kregen, waren beschimmeld. In één koekje werd zelfs een worm gevonden.’’

Er zijn talloze vluchtelingenorganisaties actief in het kamp, maar bijna iedereen in Za’atari klaagt over de omstandigheden, vooral over het gebrek aan (goed) voedsel en de hiërarchie. Sinds de oprichting hebben bepaalde Syriërs zichzelf benoemd tot leiders van blokken. En wat hieruit voortvloeit, is niet altijd even eerlijk. De smokkel, handel en criminaliteit verrijzen, net als in een normale stad. Voor de trailer van Mohammed en Merwa loopt een jonge vrouw met een baby op haar arm richting de winkelstraat, door bewoners gekscherend de ‘Champs Elysees’ genoemd. De vrouw vertelt dat ze 30 jaar is, maar ze lijkt tien jaar ouder.

“Soms wil ik niet meer leven, niet op deze manier,’’ zegt ze verdrietig. “Mijn baby is al een jaar oud, maar weegt slechts drie kilo meer dan toen ze geboren werd.’’ Haar man wil graag terug naar Syrië om tegen het leger van al-Assad te vechten. Iedere dag komen mannen naar hun tent om te vragen of hij meegaat. Omwille van zijn vrouw zegt hij altijd nee.

 

“Velen gaan ook terug om te vechten, omdat ze de uitzichtloosheid zat zijn en willen dat de oorlog stopt. Iedereen wil ooit terug naar Syrië, maar van de mannen die terugkeerden, is het merendeel nu al dood.’’ Een traan glijdt langs haar wang. De baby op haar arm begint te huilen. Zachtjes wiegt ze de kleine heen en weer.

“Geboren in een vluchtelingenkamp,’’ zegt ze zachtjes. “Ik had haar zoveel meer willen geven.’’

 

Brenda Stoter Boscolo is op doorreis in Jordanie en Egypte en zal elke week een verhaal maken voor de Moslimkrant.

 

© de Moslimkrant.nl, alle rechten voorbehouden.